Definities
Deze richtlijnen zijn bedoeld voor redacteurs en reviewers van het begrippenkader. Het doel is om definities eenduidig, vergelijkbaar, stabiel en goed toetsbaar te maken, en om onnodige stijl- en inhoudsverschillen te voorkomen.
Reikwijdte van het begrippenkader
Een begrip wordt alleen opgenomen als het binnen de context van de netbeheerder een eigen, betekenisvol onderscheid maakt, zoals aansluiting. Algemeen gangbare begrippen zonder sectorspecifieke betekenis, zoals postcode, worden niet opgenomen.
Per voorkeursterm bestaat één definitie. Als een term meerdere gangbare betekenissen heeft, geldt de volgende volgorde van prioriteit: definities uit regelgeving, daarna betekenissen die aansluiten bij het perspectief van de buitenstaander, vervolgens definities die samenhangen met de kernactiviteiten van de netbeheerder, en tot slot meer generieke interne betekenissen.
Vorm en formulering
Een definitie beschrijft wat een begrip is. De aanbevolen standaardvorm is:
X is Y die Z
waarbij Y het type aanduidt en Z het onderscheidende kenmerk.
Voorbeeld
fiets: voertuig dat primair door spierkracht wordt voortbewogen
Begrippen worden in het enkelvoud gedefinieerd. De definitie moet zo geformuleerd zijn dat het begrip in een gewone zin door de definitie kan worden vervangen zonder betekenisverlies.
Definities beginnen niet met een lidwoord, niet met een hoofdletter en eindigen niet met een punt.
Inhoudelijke afbakening
Een definitie beschrijft de essentie van een begrip: de kenmerken waarmee kan worden vastgesteld of iets wel of niet onder dat begrip valt. Gebruik, proces, administratie of systeemcontext maken geen deel uit van de definitie.
Goed
boek: bundeling van bladzijden met samenhangende inhoud
Niet gewenst
boek: object dat kan worden uitgeleend door een bibliotheek
Definieer geen werkelijkheid via registraties of bestanden.
Niet gewenst
patiënt: persoon waarover een ziekenhuis een dossier bijhoudt
Vermijd het opnemen van relaties met andere begrippen indien die relaties niet noodzakelijk zijn voor de identiteit van het begrip. Relaties en samenhang behoren thuis in conceptuele of informatiemodellen. Twijfelregel: als het weglaten van een relatie de herkenbaarheid van het begrip niet aantast, dan hoort die relatie niet in de definitie.
Taalgebruik
- Gebruik zo veel mogelijk algemeen gangbare woorden.
- Vermijd vage kwalificaties zoals groot, normaal, veel, meestal, of licht, tenzij ze zelf zijn gedefinieerd.
- Vermijd ontkenningen en onvolledige opsommingen zoals enzovoort of en dergelijke.
- Gebruik geen verschillende termen om in feite hetzelfde type aan te duiden.
Veelgemaakte fouten
Vermijd circulaire definities, direct (door de term te gebruiken in de definitie) of indirect.
Niet gewenst
leraar: persoon die lesgeeft
lesgeven: activiteit die door een leraar wordt uitgevoerd
Vermijd definities die meerdere begrippen tegelijk introduceren of verklaren. Splits zulke definities op.
Definities toetsen
Gebruik bij het redigeren en keuren van definities expliciet één of meer van de onderstaande toetsen.
Vervangingstoets
Vervang het begrip in een zin door de definitie. Als dit leidt tot een tautologie of onzinnige zin, is de definitie niet zuiver.
Omdraaitoets
Draai de definitie om. Stel de vraag: is elke Y die Z ook een X? Als het antwoord ja is voor duidelijk ongewenste gevallen, is de definitie te ruim.
Voorbeeld
huisdier: dier dat in huis leeft
Niet elk dier dat in huis leeft is een huisdier.
Verzamelingstoets
Bedenk concrete voorbeelden aan beide kanten van de grens:
- een element dat wel aan de definitie voldoet maar niet tot de bedoelde verzameling zou moeten behoren
- een element dat tot de bedoelde verzameling behoort maar niet aan de definitie voldoet
Als een van beide eenvoudig te bedenken is, mist de definitie een onderscheidend kenmerk of bevat zij er juist te veel.
Stabiliteitstoets
Beoordeel of de definitie geldig blijft bij wijzigingen in processen, systemen of organisatie. Als de definitie meebeweegt met zulke veranderingen, is zij te contextafhankelijk.